Lokken van marters
Het lokken van marters voor monitoring vereist zorgvuldige planning en gebruik van geschikte technieken, aangezien marters schuwe en intelligente dieren zijn. Hieronder vind je een uitgebreide instructie om marters effectief te lokken voor monitoring.
1. Voorbereiding
A. Inzicht in het Gedrag van Marters
- Leefomgeving: Marters (zoals boommarters en steenmarter) leven vaak in bosrijke gebieden, maar ook in stedelijke omgevingen. Ze zijn nachtactief en schuw, met een voorkeur voor beschutte locaties zoals boomholtes, oude schuren of onder daken.
- Activiteitsperioden: Marters zijn vooral actief tijdens de schemering en ’s nachts. Overdag rusten ze op veilige, verborgen plekken.
- Voeding: Marters zijn carnivoren en eten voornamelijk kleine zoogdieren, vogels, eieren, insecten, en soms fruit. Ze worden aangetrokken door sterk geurend voedsel zoals rauw vlees, eieren, en vis.
B. Benodigdheden
- Lokmiddelen:
- Voedsel: Gebruik sterk geurend lokmiddelen zoals het marterlokmiddel om marters te lokken. ook geurige lokstoffen zoals visoliemix kunnen een sterkte aantrekkingskracht hebben op marters.
- Monitoring Apparatuur:
- Wildcamera’s: Beweging geactiveerde camera’s om marters onopvallend te observeren.
- Marterspecifieke Vallen: Humane vallen, zoals kantelvallen of kastvallen, voor het vangen van marters voor nader onderzoek.
- Voerbakken of Lokplaatsen: Voor het plaatsen van voedsel om de marters aan te trekken.
2. Locatiebepaling
A. Identificatie van Geschikte Locaties
- Zoek naar Sporen: Identificeer gebieden met marteractiviteit, zoals sporen van uitwerpselen, haar, pootafdrukken, of beschadigde nestkasten. Let op schuren, zolders, of oude boomholtes waar marters zich kunnen schuilhouden.
- Strategische Plaatsing: Kies locaties die relatief rustig zijn en waar marters zich veilig voelen, zoals bosranden, landbouwgebieden, of verlaten gebouwen.
B. Plaatsing van Monitoring Apparatuur
- Wildcamera's: Plaats camera’s op strategische plekken zoals dicht bij martersporen, ingangen van holtes, of in de buurt van voerplekken. Zorg ervoor dat de camera’s laag genoeg staan en een breed zichtveld hebben.
- Voerplaatsen: Plaats voedsel in of nabij holtes, onder struiken, of op open plekken in bossen waar marters vermoedelijk actief zijn.
3. Gebruik van Lokmiddelen
A. Voorbereiden van Voedsel
- Sterk Geurend Voedsel: Gebruik voedsel met een sterke geur, zoals het marterlokmiddel of visoliemix
- Aanvullen: Ververs het voedsel regelmatig, vooral als het meerdere nachten duurt voordat de marters het vinden. Zorg ervoor dat er altijd vers voedsel beschikbaar is.
B. Voerstrategieën
- Plaatsing van Voedsel: Plaats het voedsel op plekken waar marters zich veilig voelen, zoals in de buurt van boomholtes of onder struiken. Verspreid het voedsel over een klein gebied om de marters langer bezig te houden en hun natuurlijke foerageergedrag vast te leggen.
- Timing: Plaats het voedsel in de late namiddag of vroege avond, zodat het beschikbaar is als de marters actief worden.
4. Monitoring en Gegevensverzameling
A. Visuele Observatie
- Tijdstippen: Voer observaties uit bij schemering en ’s nachts, wanneer marters het meest actief zijn. Gebruik een verrekijker om de marters van een afstand te observeren zonder ze te verstoren.
- Gedragsanalyse: Observeer het gedrag van de marters bij de voerplek. Noteer hun eetgewoonten, sociale interacties, en eventuele verschillen in gedrag tussen individuen.
B. Wildcamera’s
- Camera-Instellingen: Stel de camera’s in op bewegingsdetectie om automatisch foto’s of video’s te maken wanneer marters in de buurt komen. Controleer de camera’s regelmatig om de batterijen te vervangen en de geheugenkaarten te verwisselen.
- Gegevens Analyseren: Analyseer de beelden om informatie te verzamelen over de frequentie van bezoeken, het aantal individuen, en hun conditie. Noteer ook de tijden waarop de marters actief zijn.
C. Gebruik van Martervallen
- Humane Vallen: Gebruik humane martervallen, zoals kantelvallen of kastvallen, om marters te vangen voor verder onderzoek. Plaats het voedsel in de val en zorg ervoor dat de val stabiel en veilig is geplaatst.
- Controleer de Vallen Regelmatig: Zorg ervoor dat de vallen regelmatig (minimaal 2x per dag) worden gecontroleerd om te voorkomen dat de marters te lang in de val blijven. Dit minimaliseert stress en mogelijke verwondingen.
5. Veiligheid en Ethische Overwegingen
A. Gezondheid en Veiligheid
- Afstand Bewaren: Houd altijd een veilige afstand tot de marters om stress bij de dieren te voorkomen en hun natuurlijke gedrag niet te verstoren.
- Hygiëne: Gebruik handschoenen bij het hanteren van voer, vallen, en monitoringapparatuur om de overdracht van ziektes te voorkomen. Reinig de apparatuur regelmatig.
B. Ethische Monitoring Praktijken
- Minimale Verstoring: Beperk je aanwezigheid rond de voerplaatsen en camera’s om verstoring van het natuurlijke gedrag van de marters te voorkomen. Bezoek de plekken op rustige tijden en vermijd sterke geuren of geluiden die de dieren kunnen afschrikken.
- Humaan Vangen: Als je marters vangt, gebruik dan alleen humane methoden en zorg ervoor dat de dieren zo snel mogelijk worden vrijgelaten nadat het benodigde onderzoek is uitgevoerd.
6. Rapportage en Evaluatie
A. Gegevensverzameling
- Notities en Logs: Houd gedetailleerde notities bij van de waarnemingen, inclusief de locatie, tijd, weersomstandigheden, en het gedrag van de marters. Deze gegevens kunnen helpen om patronen te identificeren en het succes van de lokstrategie te evalueren.
- Foto- en Videomateriaal: Bewaar en organiseer het beeldmateriaal van de wildcamera’s voor verdere analyse. Dit materiaal kan waardevolle informatie bieden over de populatie, conditie, en gedrag van de marters.
B. Evaluatie van Strategieën
- Effectiviteit Beoordelen: Beoordeel regelmatig de effectiviteit van de lokmiddelen en de plaatsing van de monitoringapparatuur. Pas de strategie aan op basis van de verzamelde gegevens om betere resultaten te behalen.
- Aanpassing van Technieken: Experimenteer met verschillende soorten voer en valstrategieën om te zien welke het meest effectief zijn in het aantrekken en vangen van marters in jouw specifieke omgeving.
7. Lange Termijn Monitoring en Onderhoud
A. Voortdurende Monitoring
- Regelmatige Observaties: Voer op gezette tijden observaties uit om veranderingen in de marterpopulatie en hun gedrag te monitoren. Dit helpt bij het vaststellen van trends en veranderingen in het ecosysteem.
- Aanpassen van Strategieën: Pas de monitoringstrategie aan naarmate de seizoenen veranderen, en naarmate er nieuwe informatie beschikbaar komt over de marterpopulatie in het gebied.
B. Duurzaam Beheer
- Educatie en Bewustwording: Deel je bevindingen met andere natuurbeschermers, lokale gemeenschappen, en wildbeheerders om bij te dragen aan duurzaam beheer van marterpopulaties.
- Habitatbehoud: Werk samen met lokale autoriteiten en natuurbeschermingsorganisaties om het leefgebied van marters te beschermen en te verbeteren, bijvoorbeeld door het behoud van bossen en het beheer van landbouwgronden.
Door deze stappen zorgvuldig te volgen, kun je marters effectief lokken en monitoren. Dit draagt bij aan een beter begrip van hun gedrag, populatiebeheer, en het behoud van hun leefomgeving. Monitoring biedt belangrijke gegevens die essentieel zijn voor het maken van goed geïnformeerde beslissingen in wildbeheer en natuurbescherming.

Advies nodig?
Mail ons: info@faunacontrol.nl